Wow, passende titel gezien mijn vader naast me computerspelletjeszombie’s in elkaar slaat.
Ik heb inspiratie voor iets wat in schrijversmond “SA” heet, maar ik heb geen zin om Word te openen. Dan typ ik ‘m maar hier:
Ergens
“Ergens in het midden van de stad zit ik op een stoep. Mijn lichaam wil niet meer. Ik kan niet opstaan om verder naar je te zoeken. Ik heb er gewoon geen zin in. Alle wegen heb ik afgezocht, alle steden doorzocht. Ik ben het gewoon zat. Waar ben je? Kun je me horen? Als dat zo is, kom dan alsjeblieft terug.”
Ergens op een verlaten weg rijdt een bus. Een tourbus. Het imposante rijtuig is op weg naar een stad. De bus vervoerd de wereldberoemde band Tokio Hotel. Onder de leden heerst een vreemd sfeertje. Zeker als de bassist naar zijn slaapcabine gaat, een plek waar hij op dit tijdstip van de dag niet vaak komt.
Geërgerd door wazige gedachtes gaat hij op zijn bed zitten. Hij staart uit het raam, volgt de oneffenheden van de lange weg. Hij sluit zijn ogen, probeert haar stem te horen. De stem die hij vaker hoort. Die hem om de een of andere reden iets smeekt. Iets vraagt. Wie is het toch?
Ergens anders vliegt een deur open. Om precies te zijn, de deur vliegt open in het stadje waar de band vanavond optreedt. De deur wordt weer net zo hard dicht gegooit en een meisje rent zo hard als ze kan naar het concertgebouw. Godzijdank voor haar heeft ze zit, en geen staan plaatsen. Dan kan je binnen komen wanneer je wilt. Maar ze wilt op tijd zijn. De band deelt voor en na de show nog handtekeningen uit. Dit meisje hoopt er een te bemachtigen van haar favoriete band. De bassist, die beter bekend is onder de naam: Georg.
Echter is Georg nog steeds geïrriteerd door de stem die hem lastig valt. Met een snelle beweging staat de bus stil, waardoor hij bijna van het bed af valt. Maar het kan hem niet schelen. Hij staat op en loopt naar de rest van de band. “Ik laat me niet meer op de kop zitten door die stem. Ik ga gewoon het podium op en speel met de rest de zaal plat. Dan voel ik me vast beter,” zegt hij. Maar ergens diep in hem was hij er niet gerust op.
Hoewel hij wel gelijk kreeg. De zaal gaat plat door de kracht en energie die in het concert gestoken is. Toch achtervolgt de stem Georg nog steeds. Alsof hij er door aangetrokken wordt, zoekt hij in het publiek. Alle andere geluiden sterven weg, het enige wat hij nog hoort is het zachte, onverstaanbare gemompel van de stem. Zijn ogen blijven steken.
Twee groenblauwe ogen kijken terug. Ze behoren aan een meisje. Een blondine. Haar rondingen zijn mooi en ze draagt kleding die haar pluspunten benadrukken. Niet dat ze dat nodig hadden, maar toch. In tegenstelling tot wat hij normaal zou doen, blijft Georg haar aanstaren. Ergens in haar ogen is leegte te vinden. Eenzaamheid, verdriet. Hij wil er iets aan doen, maar zou niet weten wat hij er aan kon doen.
Het concert is afgelopen. Een paar fans blijven plakken, om een handtekening te vragen. Zoals gewoonlijk. Gewapend met een pen en een stuk papier stormen de 4 fans op de bandleden af, zodra deze zich buiten het backstage gedeelte bevinden.
Georg botst tegen het meisje op dat hij eerder bij het concert nauwkeurig onderzocht. “Mag ik je handtekening?” Haar stem is zuiver en zangerig. Haar ogen kijken hem nieuwsgierig aan. Hij knikt dan maar en neemt de pen en het stukje papier aan, om er vervolgens zijn handtekening op te krabbelen. “Cleo, kom op, we moeten gaan!” roept een van de andere fans. Het meisje glimlacht en wacht geduldig tot ze haar wapens terug krijgt. Ze kijkt hem nog even onderzoekend aan. De glimlach veranderd in een grijns. “In het echt ben je nog veel leuker.” zegt ze. Daarna rent ze weg, achter een getint meisje met zwarte haren aan.
Georg achtervolgt de meiden, wat een verandering is omdat ze meestal hem achtervolgen. Cleo, zoals het meisje blijkbaar heet, loopt weg van de groep eer ze buiten zijn. Rustig loopt de bassist achter haar aan, zonder enig geluid te maken. Hij ziet dat ze gaat zitten, haar benen optrekt en haar armen eromheen slaat. Gaat ze niet gewoon naar huis? Behoedzaam zet Georg een paar stappen dichterbij. Tot hij bij haar aangekomen is. Hij hurkt neer en tikt haar aan.
“Heey. Moet je niet naar huis?” Ze kijkt hem verbijsterd aan. Dan hersteld ze zich en schud met haar hoofd. “Nee. Ik heb geen huis.” zegt ze. “Ik woon in een weeshuis. En het is daar net zo als hier buiten. Koud, nat en kil.” vervolgd ze. “Ga dan met mij mee. Ik ben toch vreselijk eenzaam de laatste tijd.” antwoordt Georg. “Ehm, kan dat wel?” vraagt ze aarzelend. De bassist knikt. “Ja.”
“Oke, dan ga ik met je mee.”
Ineens hoort de bassist de stem weer:
“Je hebt me gevonden. Ik heb je gezocht, uren lang naar je gezocht. Ik had de kracht er niet meer voor. Maar je hebt me gevonden.”
Hij kijkt haar even aan. Had hij na slechts een paar minuten al zo’n diepe band met haar dat hij haar gedachten kon lezen? Was zij zijn soulmate? Hij kon het proberen, om terug te antwoorden.
“Ik wist dat ik je zou vinden.”
Dat was dus mijn SA.
Als je wilt reageren, gewoon doen.